"Het Friese Tuigpaard; graag gezien, veel gevraagd"

Diversen


Kampioenschapsvoorwaarden Nationaal 2018


 

KAMPIOENSCHAPSVOORWAARDEN 2018, Nationaal
 
Voor alle onderstaande kampioenschappen geldt:
“In geval van onvoldoende deelname aan een kampioenschap is het VFT-bestuur gerechtigd in overleg met de KNHS de kampioenschapsvoorwaarden aan te passen”.
 
NIEUWELINGENCOMPETITIE:
Deelname staat open voor paarden die in voorgaande jaren nog geen enkele winstpunt in het enkelspan hebben behaald en die maximaal zes jaar oud zijn.
Om een plaats in de finalewedstrijd te bemachtigen dient een paard in tenminste 70%* van de tot aan de finalewedstrijd uitgeschreven competitierubrieken te zijn geplaatst.**
Om in aanmerking te komen voor een plaats in de einduitslag is deelname aan de finalewedstrijd verplicht. Voor de einduitslag tellen de beste 70%* van de verreden competitiewedstrijden van een paard + de finalewedstrijd mee. Bij ex aequo in punten bij de einduitslag is de plaats behaald in de finalewedstrijd bepalend voor de klassering in de einduitslag.
 

 
EREKLASSE
In het ereklassekampioenschap mogen maximaal 10 ereklassepaarden meedoen. Dit zou aangevuld kunnen worden met limietpaarden, welke in het lopende groene seizoen minimaal 3x een nationale limietklasse hebben gewonnen. Om als ereklassepaard in aanmerking te komen voor een startplek moet het paard minimaal 70% van de voorafgaand aan het kampioenschap uitgeschreven wedstrijden in de nationale ereklasse rubriek zijn geplaatst**. De paarden worden eerst gerangschikt op aantal wedstrijden en dan op winstpunten. Wordt het aantal van tien te selecteren ereklassepaarden niet gehaald met bovenstaande criteria dan wordt het percentage dusdanig verlaagd tot er wel 10 ereklassepaarden aangewezen kunnen worden. Ook dan geldt: eerst de paarden met de meeste wedstrijden en dan pas rangschikken op winstpunten. Paarden die op basis van het verlaagde aanwezigheidspercentage aangewezen worden dienen echter wel te voldoen aan de ondergrenseis, te weten; het betreffende paard moet minimaal twee wedstrijden (niet zijnde promotieconcoursen) in de nationale ereklasse van het afgelopen groene seizoen hebben gelopen en daarbij uit beide wedstrijden in totaal ook minimaal twee winstpunten hebben behaald. Bij een deelnemersaantal lager dan vijf mag het kampioenschap niet doorgaan. Selectie geschiedt door KNHS.
 
DAMESKLASSE:
In het dameskampioenschap mogen maximaal 10 paarden meedoen. Om in aanmerking te komen voor een startplek moet het paard minimaal 70% van de voorafgaand aan het kampioenschap uitgeschreven wedstrijden in de nationale damesklasse zijn geplaatst**. De paarden worden eerst gerangschikt op aantal wedstrijden en dan op winstpunten. Wordt het aantal van tien te selecteren paarden niet gehaald met bovenstaande criteria dan wordt het percentage dusdanig verlaagd tot er wel 10 paarden aangewezen kunnen worden. Ook dan geldt: eerst de paarden met de meeste wedstrijden en dan pas rangschikken op winstpunten. Paarden die op basis van het verlaagde aanwezigheidspercentage aangewezen worden dienen echter wel te voldoen aan de ondergrenseis, te weten; het betreffende paard moet minimaal twee wedstrijden (niet zijnde promotieconcoursen) in de nationale damesklasse van het afgelopen groene seizoen hebben gelopen en daarbij uit beide wedstrijden in totaal ook minimaal twee winstpunten hebben behaald. Bij een deelnemersaantal lager dan vijf mag het kampioenschap niet doorgaan. Selectie geschiedt door KNHS.
 
TWEESPANNEN:
In het tweespankampioenschap mogen maximaal 10 tweespannen meedoen. Om als tweespan in aanmerking te komen voor een startplek moet het span qua samenstelling van paarden aan minimaal 70% van de voorafgaand aan het kampioenschap uitgeschreven wedstrijden in de nationale tweespanrubrieken rubrieken zijn geplaatst**. De spannen worden eerst gerangschikt op aantal wedstrijden en dan op winstpunten. Wordt het aantal van tien te selecteren tweespannen niet gehaald met bovenstaande criteria dan wordt het percentage dusdanig verlaagd tot er wel 10 tweespannen aangewezen kunnen worden. Ook dan geldt: eerst de spannen met de meeste wedstrijden en dan pas rangschikken op winstpunten. Spannen die op basis van het verlaagde aanwezigheidspercentage aangewezen worden dienen echter wel te voldoen aan de ondergrenseis, te weten; het betreffende span moet minimaal twee wedstrijden (niet zijnde promotieconcoursen) in de nationale tweespanrubriek van het afgelopen groene seizoen hebben gelopen en daarbij uit beide wedstrijden in totaal ook minimaal twee winstpunten hebben behaald. Bij een deelnemersaantal lager dan vijf mag het kampioenschap niet doorgaan. Selectie geschiedt door KNHS.
 
TANDEMS:
In het tandemkampioenschap mogen maximaal 10 aanspanningen meedoen. Om in aanmerking te komen voor een startplek moet een tandemaanspanning gedurende het lopende groene seizoen minimaal eenmaal hebben deelgenomen aan een wedstrijd met dezelfde twee paarden en daarbij in de einduitslag zijn opgenomen als zijnde geplaatst.** De aanspanningen worden eerst gerangschikt op aantal wedstrijden en daarna op winstpunten. Bij minder dan vier te selecteren combinaties zal het kampioenschap geen doorgang vinden.
 
KLAVERTJE DRIE:
Elk opgegeven klavertje drie aanspanning is startgerechtigd, mits twee van de drie paarden minimaal drie winstpunten in het enkelspan heeft gehaald. Bij minder dan drie te selecteren combinaties zal het kampioenschap geen doorgang vinden. In dit verenigingskampioenschap wordt wel overgereden.
 
(FOK)MERRIES:                                                     
Startgerechtigd zijn merries die ingeschreven zijn in één der registers van het Koninklijk Friesch Paarden Stamboek. Een merrie die deel wil nemen aan het merriekampioenschap moet minimaal 4 jaar oud zijn. In dit verenigingskampioenschap wordt wel overgereden.

KFPS-STAMBOEKHENGSTEN:
Gerechtigd tot deelname zijn hengsten die zijn ingeschreven in het stamboekregister voor hengsten van het Koninklijke Friesch Paarden Stamboek en die een deklicentie hebben voor het KFPS-boek in de hoofdsectie. Stamboekhengsten krijgen bij deelname aan dit kampioenschap géén winstpunten toebedeeld.
 
ONDER HET ZADEL:
Ruiter of amazone moet lid zijn van Vereniging Het Friese Tuigpaard. Er dient bij het deelnemende paard een geldige startpas aangespannen sport aanwezig te zijn.
 
STERRENRUBRIEKEN:
Voor plaatsing in een sterrenrubriek moet een paard aan minimaal 50% van de uitgeschreven wedstrijden voorafgaand aan het sterrenconcours hebben deelgenomen (niet zijnde promotieconcoursen). De beste 50% van de verreden wedstrijden van een paard tellen mee voor plaatsing (m.u.v. het kampioenschap in de betreffende rubriek),  welke vervolgens geschiedt op basis van behaalde winstpunten in de betreffende rubriek. Wordt het toegestane aantal combinaties niet gehaald op basis van bovenstaande criteria dan worden paarden uitgenodigd welke op dat moment het hoogste winstpuntenaantal hebben behaald in de betreffende klasse in het lopende groene seizoen (in minder dan 50% van de uitgeschreven wedstrijden).
 
VIERSPANNEN:                                                             
Elk opgegeven vierspan is startgerechtigd, mits alle paarden beschikken over een geldige startpas (of dagstartkaart). De aanspanningen dienen representatief te zijn en een passend geheel te vormen met rijtuig. De vierspannen dienen voor een net rijtuig te worden gepresenteerd (landauer, spider, sjees). In dit verenigingskampioenschap wordt wel overgereden.
 
PRIJS DER BESTEN NATIONAAL
Startgerechtigd zijn:
- de eerste twee geplaatste paarden uit het kampioenschap ereklasse nationaal
- de eerste twee geplaatste paarden uit het kampioenschap dames nationaal
- de eerste twee geplaatste paarden uit het kampioenschap (fok)merries
- de eerste twee geplaatste paarden uit het kampioenschap KFPS-stamboekhengsten
- de eerste twee geplaatste paarden uit de einduitslag van de KFPS-nieuwelingencompetitie*
- de eerste twee geplaatste paarden uit de einduitslag van de PFP*
1. Wanneer een rijder/stal meerder paarden startgerechtigd heeft, mag een extra rijder ingezet worden.
2. Wanneer de nummer één of twee uit één van de hierboven genoemde rubrieken komt te vervallen, mag de nummer drie geplaatste uit de zelfde betreffende rubriek/kampioenschap meedoen.
3. Elke deelnemer aan de Prijs der Besten krijgt een vergoeding die voor alle combinaties gelijk is.
4. Een jury bepaald welke combinatie winnaar wordt van de Prijs der Besten. De overige deelnemers worden op catalogusvolgorde opgesteld.
5. De paarden dienen gespannen te zijn voor een sjees.
6. Wanneer er door verschillende oorzaken uitvallers/afmeldingen zijn en het totaal aantal overblijvers is lager dan 5 deelnemers, dan zal de Prijs der Besten niet doorgaan.
7. Wanneer deze reglementaire bepalingen geen uitkomst bieden in een bepaalde kwestie dan beslist het bestuur van Vereniging Het Friese Tuigpaard desnoods in overleg met de uitschrijvende organisatie en/of de KNHS.
*wanneer de finale van deze competitie nog niet verreden is op het moment dat de Prijs der Besten wordt verreden, dan worden de twee combinaties uitgenodigd welke op het moment van verrijden van de Prijs der Besten bovenaan staan in de voorlopige einduitslag. Staan er combinaties precies gelijk dan is de hoogst geplaatste combinatie op de laatst verreden competitiewedstrijd startgerechtigd.
 

Bovenstaand geldt zowel voor nationaal als regionaal:
* Percentages van 0,1 t/m 0,4 worden naar beneden afgerond. Percentages van 0,5 of hoger worden naar boven afgerond.
** Geplaatst betekend in dit verband: een paard wat in de einduitslag opgenomen is, ongeacht of hier nog een geldprijs aan vast hing of niet.



Terug naar overzicht