"Het Friese Tuigpaard; graag gezien, veel gevraagd"

Diversen


Reglement Ringrijderijen


 

DEELNEMERS
1.
Deelname staat open voor leden van Vereniging Het Friese tuigpaard en hun huisgenoten. In overleg kan van deze regel worden afgeweken.
2.
Aangifte voor de wedstrijden geschiedt uitsluitend schriftelijk bij de secretaris binnen de gestelde inschrijfdatum. Heeft de uitschrijvende organisatie een limiet ingesteld, dan hebben deelnemers uit de organiserende regio voorrang. Vervolgens is de volgorde van aanmelding beslissend voor al of niet deelnemen. Eenmaal uitgeloot zal de deelnemer(ster) in principe in datzelfde jaar niet nogmaals uitgeloot worden.
3.
De deelnemers/sters zijn gekleed in een historisch verantwoord oud Fries kostuum (rond 1850), zijn gezeten op een originele Friese sjees, bespannen met een volbloed Fries paard (eventueel twee volbloed Friese paarden), ingeschreven in één der registers van de Koninklijke Vereniging "Het Friesch Paarden Stamboek".
4.
De paarden dienen als volgt te zijn aangespannen: passend hoofdstel met oogkleppen (in harmonie met het rugstuk); borsttuig, breder schofttuig met doorlopende draagriem, waaraan leren kokers: enkelvoudige staartriem; eventueel witte borstlap; witte gevlochten leidsels met stoten; witte katoenen strengen; bij voorkeur roosjesbit. (Advies; kies voor een historisch verantwoord passend geheel, afhankelijk van sjees en kostuum).
5.
Deelnemers/sters moeten tenminste zestien jaar oud zijn.
6.
Helpers/sters dienen in het wit gekleed te gaan.
7.
Bij een eventuele ontvangst na afloop van de wedstrijd heeft per aanspanning 1 helper/ster vrije toegang. Deelnemers blijven in kostuum tot na de prijsuitreiking.
8.
Een lid, dat zich voor een bepaalde wedstrijd heeft opgegeven, maar naderhand verhinderd is daaraan deel te nemen, geeft daarvan, voor zover mogelijk, tenminste vier dagen voor de wedstrijddatum, kennis aan de wedstrijdleider of de secretaris.


JURYLEDEN
9.
Bij een ringrijderij doen als regel vijf juryleden dienst; een wedstrijdleider/speaker en vier 'gewone' juryleden.
10.
Juryleden zijn normaliter leden van de vereniging "Het Friese Tuigpaard" en hun huisgenoten. Uitzonderingen op deze regel zijn toegestaan, indien praktische overweging zulks wenselijk maakt. Laatstgenoemden dienen dan wel te behoren tot diegenen, die op een andere wijze nauw betrokken zijn bij het Friese-paarden-gebeuren.
11.
Mannelijke juryleden dragen een zwarte bolhoed en een daarbij passend kostuum of combinatie met overhemd en stropdas. Vrouwelijke juryleden dragen een jurk of mantel- c.q. broekpak in gedekte kleuren, terwijl een bijpassend hoofddeksel gewenst is.
12.
Het bestuur wijst de juryleden aan.


WEDSTRIJDEN
 
13.
De deelnemers dienen tenminste tien minuten voor het officiële aanvangstijdstip van de wedstrijd gereed te staan. Juryleden moeten minimaal een kwartier voor het begin van de wedstrijd aanwezig zijn.
14.
De deelnemers dienen de aanwijzingen van de wedstrijdleider op te volgen.
15.
De deelneemster dienen het 'pistooltje' zodanig vast te houden, dat alle vingers om de 'kolf' geklemd zijn. Zij moeten de ringen steken, terwijl het paard in constante arbeidsdraf langs de handen gaat. De ringen dienen duidelijk om het stokje te zitten en zo aan de jury te worden getoond. De aldus gestoken ringen behoren te worden overhandigd aan een jurylid, na afloop van de ronde of de wedstrijd.
16.
Gewoonlijk worden er vier ronden gereden. In de eerste ronde geldt elke op de juiste wijze gestoken ring voor één punt, in de tweede ronde voor twee punten, in de derde ronde voor drie punten en in de vierde ronde voor vier punten. Bij eventueel gelijke punten wordt een barrage gehouden. De puntentelling is dan als volgt: de eerste ring 1 punt, de tweede ring 2 punten, de derde ring 3 punten, de vierde ring 4 punten. Blijkt na de barrage nog een aantal gelijk te eindigen, dan beslist de jury op basis van tijdswaarneming. In overleg met een wedstrijdorganisatie kan van het aantal rondes of aantal handjes worden afgeweken.
17.
De jury heeft de leiding van de wedstrijd. Zij is bevoegd punten af te trekken, indien naar haar oordeel bepaalde deelnemers geheel of gedeeltelijke een te lage snelheid hebben aangehouden of sommige ringen niet op de juiste wijze hebben gestoken. Bij blijvend verschil van mening hieromtrent is het oordeel van de jury beslissend.
18.
De jury is bevoegd een combinatie, die naar haar oordeel het geregeld verloop van de wedstrijd dreigt te verstoren, van verdere deelname aan de desbetreffende wedstrijd uit te sluiten.
19.
In principe deelt een in overleg aan te wijzen jurylid de plaatsing mede aan de deelnemers met het aantal gescoorde punten. Dit ten behoeve van een ordelijke opstelling bij de prijsuitreiking.
20.
Na afloop van elke wedstrijd dienen de deelnemers zich ter afsluiting van de wedstrijd op te stellen en zal het Friese volkslied ten gehore worden gebracht.
21.
De wedstrijdleider rekent na afloop van de wedstrijd af met de uitschrijvende organisatie. Hij draagt zorg voor de uitbetaling aan de juryleden en stort de vergoeding voor de vereniging in de verenigingskas.
22.
De wedstrijdleider of diens plaatsvervanger bedankt de uitschrijvende organisatie voor de geboden gastvrijheid.
23.
Ieder neemt deel en/of is aanwezig op eigen risico.

 

KAMPIOENSCHAP
24.
Om in aanmerking te komen voor deelname aan het kampioenschap moet een aanspanning tenminste op 60% van de uitgeschreven ringsteekwedstrijden zijn uitgekomen. In dezelfde combinaties man/vrouw.
25.
Aan het kampioenschap mogen de zeven hoogst geplaatste aanspanningen van het afgelopen seizoen deelnemen.
26.
Voor het kampioenschap tellen de wedstrijden met de beste klasseringen.


SLOTBEPALINGEN
27.
De minimum-prijzen en de dito vergoedingen worden ieder jaar tijdens de algemene ledenvergadering vastgesteld.
28.
Elke deelnemer/ster is verplicht dit reglement gelezen te hebben. Deze bepaling geldt eveneens voor juryleden.
29.
In alle gevallen, waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur.

 




Terug naar overzicht